De boetelingen

DE BLAUWE BOETELINGEN


Het oudste genoodschap is het « Devote en Koninklijke Genootschap van de Blauwe Boetelingen van Montpellier  » in 1050.
 
Hoewel dit genootschap slechts kortstondig bestaan heeft, heeft het recht op enige nagedachtgenis. De stichting markeert een periode van godsdienstige vernieuwing (1622). De godsdienst herneemt zijn elan; de geestdrift is zo groot dat iedereen mekaar naar de kroon steekt in toewijding en vroomheid. Mgr Cohon bevestigt in een ordonnans van 26 mei 1622 de oprichting van het genootschap. De leden van deze godsdienstige vereniging wijden zich aan de zorg voor zieken, invaliden en stervenden. Zij komen samen in de kapel van het hospitaal.
Het is de zetel van dit genootschap dat niet langer dan veertig jaar bestond. De boetelingen waren merendeels arm en weinig talrijk. Toen hun bestaansmiddelen op raakten, besloten ze zich aan te sluiten bij bestaande genootschappen. Deze aansluiting wordt bevestigd door een bisschoppelijk ordonnans van 10 december 1703.

 

DE GRIJZE BOETELINGEN EN HUN KAPEL

 

Het genootschap van de Grijze Boetelingen van Aigues-Mortes is gesticht rond 1400 op de plaats van een oud klooster van Cordeliersmonniken, dat door Lodewijk IX aan de inwoners van Aigues-Mortes geschonken werd in 1248.


Deze Cordeliers zijn de echte stichters van het Genootschap van de Grijze Boetelingen.
Inderdaad, zij ontvangen de Broeders in hun kerk en staan hen toe te zingen. De boetelingen worden steeds talrijker en omdat zij goede diensten bewijzen aan de stad, staan ze hen een deel van het kerkhof af om er een eerste eigen kapel te bouwen.


 Tijdens de godsdienstoorlogen van 1575 wordt de kapel verwoest. Ze wordt weer opgebouwd rond 1607. Het genootschap neemt daarop zulke uitbreiding dat men na onenigheden tussen de leiders besluit om een ander genootschap op te richten : de Witte Boetelingen.
In de loop van de zeventiende eeuw vergroot en verfraait het genootschap en in 1687 laat het een retabel maken dat «  de passie van Onze Heer Jezus Christus » voorstelt. 


 -Het is vervaardigd uit gips met versieringen in imitatiemarmer en gemaakt door Jean Sabatier in 1688.


Onder de revolutie van 1789 worden de kapellen omgevormd tot voedselmagazijnen. Het hoofdaltaar en het retabel zijn bewaard gebleven dankzij de waakzaamheid van de magazijnmeester, zelf een boeteling, die er een hoop hooibalen voor plaatste.
De rest van het meubilair wordt verwoest.


 -Het hoofdaltaar is in wit marmer van carrara en polychroom marmer. Op het bestek (bestelling) staan verguldsels vermeld, maar deze zijn ofwel nooit uitgevoerd, ofwel verdwenen. Het is gemaakt door Pierre Antoine Rosier in 1838.


 De boetelingen zijn een congregatie van leken samengesteld uit mensen van de streek die gekend waren om hun christelijke deugden.


 Hun doelstelling is niet enkel het vieren van plechtigheden met behulp van een priester, het onderhouden van de liturgische tradities en de gregoriaanse gezangen, maar ook om de zieken en behoeftigen te helpen. Zij hebben een sociale rol.


 De kapel is gewijd aan de 5 wonden van onze Heer Jezus Christus.


Plaatsing van de broeders:

- bovenaan, in het midden : de voorzanger
- links : de onderpriors
- rechts : de priors
- in het midden : de Boetelingen
- onderaan : de families.

 

DE WITTE BOETELINGEN EN HUN KAPEL

Gesticht in 1625, de constructie dateert van 1668.
Hun doelstelling is dezelfde als die van de Grijze Boetelingen.
De kapel staat onder de bescherming van de Heilige Maagd en de Heilige Geest, voorgesteld door een duif.

 Het fresco Xavier Sigalon
 Monumentaal fresco, opmerkelijk geschilderd, dat de Nederdaling van de Heilige Geest met Pinksteren voorstelt. Het wordt toegeschreven aan Xavier Sigalon. Deze schilder is geboren in Uzès in 1788 en gestorven in Rome in 1837. Hij begeeft zich naar Parijs na de voltooiing van dit fresco, en gaat naar het atelier Guérin. Het eerste schilderij dat hij exposeerde was « De jonge courtisane » in 1822, dat vandaag in het Louvre hangt. In 1833 draagt Thiers hem op naar Rome te gaan om de frescos van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel te kopiëren. Na drie jaar exposeert hij in de Thermen van Diocletianus in Rome zijn bewonderenswaardige kopie van «  Het Laatste Oordeel ». Sigalon keert terug naar Rome om de twaalf kolossale figuren van  « Sibylle en de Profeten » te kopiëren, maar amper begonnen wordt hij geveld door de cholera.

Dit schilderij is geklasseerd door Culturele Zaken. Het dateert van 1817. Bemerk ook op het gewelf van het koor de Gaven van de Heilige Geest en de herinnering aan de vrees voor de Heer : «  Heureux celui qui vit dans la crainte de Dieu » (Gelukkig hij die leeft in de vrees van de Heer).
Deze kapel van de Witte Boetelingen is door zijn schilderijen dus onder de bescherming van de Heilige Geest en de Maagd Maria geplaatst. Dit half cirkelvormig doek stelt Christus voor omringd door zijn leerlingen, de heilige vrouwen, Maria Jacobus en Maria Salomé in gezelschap van de Heilige Maagd Maria; de apostelen omringen de Meester. De zuiverheid van het schilderij is opmerkelijk, in het bijzonder in twee frappante details. Het ene is de voet van de Heilige Thomas en het andere is zijn hand, rood met het bloed van de Heer, want zoals het evangelie zegt had de ongelovige Thomas zijn hand in een van de wonden van Christus gestoken om op de meest formele wijze de aanwezigheid van de Goddelijke Meester vast te stellen. Sint Pieter, helemaal links is zo ontroerd door de verschijning dat hij lijkt te wenen.  
Aan de rechterkant zijn de leerlingen en de evangelisten in dezelfde aanbidding terwijl de Heilige Geest aan hen verschijnt en hen zijn Gaven meedeelt. Johannnes in rood kleed schrijft op zijn tabletten neer wat hij ziet, om de overlevering via het Evangelie te verzekeren. Men moet de levendige en expressieve blik van de apostel bewonderen, want onder alle gezichtshoeken schijnt hij de bezoekers recht aan te kijken.

Hoogte 4 m, lengte 12,20 m. 

De vier schilderijen van Auguste Glaize die de levenscyclus van de Heilige Maria voorstellen
Dit geheel van schilderijen is gemaakt tussen 1846 - 1847 door Auguste Barthélemy Glaise. Het Genootschap van de Witte Boetelingen voor wie de schilderijen naar alle waarschijnlijkheid bestemd waren, bewaart in zijn archieven een nota van de schilder over de afgebeelde figuren ; één enkel werd definitief ontvangen : « De Aanbidding der Wijzen » ; het oorspronkelijke programma omvatte bovendien « Maria-Boodschap », « De aanbidding van de herders »,  « de Heilige familie ».

Vandaag zondag tweeëntwintig juli 1847 is het Genootschap van de Witte Boetelingenin buitengewone zitting bijeen, in aanwezigheid van Broeder Jean Naud, Prior, Jean Girard, Onderprior, Philippe Vigne, Ontvanger, Emile Malbois, Sindicus, etz.....
Broeder Philippe Vigne heeft het woord genomen, en heeft de vergadering in kennis gesteld dat het monstrans van genoemde kapel, met een prijs van vierhonderd frank, ongeveer een jaar geleden door Broeder David Castor Gout geschonken is, en dat de vier schilderijen besteld door de Commissie van het Genootschap bij de Oude Glaize, schilder te Montpellier, goed ontvangen zijn, deze zelfde Broeder had hem opgedragen aan het Genootschap aan te kondigen dat het zijn bedoeling was deze vier schilderijen aan de kapel te schenken, en van zijn geld de overeengekomen prijs van vierduizend frank te betalen, op voorwaarde dat de intresten van deze som, zijnde tweehonderd frank hem jaarlijks door het Genootschap zouden betaald worden, en dit gedurende zijn ganse leven.

De vergadering heeft in dankbaarheid dit genereuze voorstel van Broeder David Castor Gout aangenomen, heeft hem zijn welgemeende dank overgemaakt in naam van het ganse Genootschap, en heeft unaniem beslist om voor de zielerust van de genoemde Broeder een mis op te dragen in de kapel (wanneer het de Heer zal behagen hem tot Zich te roepen) en dit voor eeuwig. De vergadering beslist eveneens dat er een besluit over dit alles zal neergeschreven worden in het register van de Besluiten van het Genootschap, en dat alle Broeders verzocht worden dit te ondertekenen.

Het Huwelijk van de Maagd
Schilderij, gesigneerd en gedateerd A.Glaise 1846  H. 2 m, L 2,84 m In zeer goede staat. De hogepriester verenigt de handen van de Maagd en van Jozef, die zich klaarmaakt om de ring aan de vinger van de Maagd te schuiven ; hij draagt een leliestengel.  Verschillende omstaanders, vrouwen rechts, mannen links ; een afgescheepte pretendent breekt zijn stok over zijn knie. Op de achtergrond, zicht op de tempel met zevenarmige kandelaar, die ook terugkeert, geborduurd op het kleed van de hogepriester.

Aanbidding der Wijzen
Schilderij, gesigneerd en gedateerd A.Glaize 1847, H 2m, L 3.90m, . In zeer goede staat. De Wijze Koningen gegroepeerd links, samen met hun gevolg ; één van hen geknield bij de wieg met het kindje Jezus. De maagd, gezeten aan de rechterkant, toont het kind. Jozef rechtstaand naast haar. De os en de ezel. Decor van ruïnes.
Bewening van Christus 
Schilderij, gesigneerd en gedateerd A.Glaize 1847, H 2 m, L 3.90 m In zeer goede staat ondanks de dikke waas. De dode Christus, uitgestrekt op de grond aan de voet van het kruis, geleund tegen de schoot van zijn moeder, zelf op de grond gezeten, ondersteund door twee vrouwen ; Maria Magdalena omarmt de voeten van Christus ; diverse omstaanders : twee mannen, twee vrouwen. Achtergrond met onweershemel en silhouet van een stad.

 Het Ontslapen van de Heilige Maagd
Schilderij, gesigneerd en gedateerd A.Glaize 1846, H 2 m, L 2.84. In zeer goede staat.  De Maagd uitgestrekt op een bed, omringd door de Apostelen ; Sint Pieter in gebed ; twee vrouwen aan het hoofdeinde van het bed. Op de achtergrond een interieur : huishoudelijke voorwerpen.
De iconografie van deze levenscyclus staat in verband met de aanroeping van de Maagd door het Genootschap.