VIIIeeuw

EEN GEHUCHT MIDDEN IN DE MOERASSEN
In welke periode de eerste bewoners zich in Aigues-Mortes vestigden laten de historici in het midden. Ze verzekeren ons echter wel dat Karel de Grote in de achtste eeuw de kusten beveiligde door de bouw van de Matafere-toren in 791. Die werd temidden de moerassen opgericht om de veiligheid van de vissers en de zoutarbeiders te verzekeren. Men stelt dat de nood aan het zenden van signalen en van nieuws tot de oprichting van deze toren geleid hebben. Hij was belast met het doorgeven van alarm aan de beroemde Tour Magne in Nîmes, in het geval er een vloot naderde. De roeping van de Matafère-toren verschuift van het militaire plan naar het spirituele wanneer de keizer hem overdraagt aan een Benedictijnenabdij. De psalmen ("psalmodies" in het frans) die dag en nacht onafgebroken klonken, leidden ertoe dat hun klooster de naam Psalmody of Psalmodi kreeg. Dit klooster bestond reeds in 812. Dat weten we aan de hand van de datum van een gift gedaan door een inwoner van Nîmes, een zekere meneer Badila, aan de abdij.
De dertiende eeuw ziet de grote uitbreiding van de haven van Aigues-Mortes. Reeds lange tijd zochten schepen uit Alexandrië en Genua beschutting in deze natuurlijke ankerplaats. Koning Lodewijk IX wordt de echte creator en vernieuwer van de haven.
Agde en Saint Gilles behoren in die tijd toe aan Raymond VII. Marseille behoort toe aan Karel van Anjou (Charles D’Anjou) en Montpellier hangt af van de Koning van Aragon. De koning van Frankrijk bezit zelf geen enkele haven aan de Middellandse Zee. De koning ziet de noodzaak in om zijn gezag duurzaam te verankeren in de Languedoc, die sinds het verdrag van Parijs van 1229 deel uitmaakt van het Koninklijk Domein. Zijn militaire belangen zijn verbonden met de internationale politiek van dat moment. De christelijke bezittingen in het Oosten worden bedreigd door de heroveringen van de moslims, en Lodewijk IX, die door een ziekte de dood voor ogen gezien heeft, belooft plechtig om het Graf van Christus, dat de Ongelovigen heroverd hadden, te gaan bevrijden. Een tweede reden van internationaal belang doet zijn keuze vallen op het territorium van Aigues-Mortes. Het voortdurende geruzie tussen de Paus en de Duitse Keizer duurt reeds 150 jaar, wat de Eurpese politiek regelmatig doet ontvlammen. De haven van Saint Gilles, die gebouwd is op de westelijke arm van de Rhône, had eventueel de inschepende troepen kunnen ontvangen. Maar buiten het feit dat de haven van Saint Gilles geen grote schepen kan ontvangen omdat het geen zeehaven is, heeft ze het nadeel op de grens te liggen tussen de Provence en de Languedoc. Dit is eveneens de grens met het Duitse Keizerrijk. Lodewijk IX is gehuwd met Margaretha van de Provence (Marguerite de Provence), een dochter van de graaf van de Provence, die betrokken partij is in dit conflict.
Lodewijk IX beslist dus dat de Kruistocht door Frankrijk zal gevoerd worden en zal vertrekken uit een Franse haven. Meteen gebruikt hij dit project om een grote militaire haven aan de Middellandse Zee te openen die rechtstreeks afhangt van de Franse kroon.
In de dertiende eeuw bezaten de Tempeliers grote weilanden en moerassen op l'Istel, sommige op minder dan vijfhonderd meter van de zee. Ze hadden er een nieuwe haven gegraven om die van hun landvoogd van Saint Gilles te vervangen, die aan het verzanden was. In 1240 hebben ze trouwens deze haven ter beschikking gesteld van de Graaf van Champagne Thibault VI, koning van Navarra, die hier zijn troepen inscheepte voor een Kruistocht. Zij kennen dus de mogelijkheden van het terrein; zij staan tevens op goede voet met de koning en deze vertrouwt op hun ervaring.
Inderdaad verlaat de grootmeester van de Tempelorde, Renaud de Vichiers, vriend van Lodewijk IX, zijn functie om zich volledig aan de organisatie van de kruistocht te gaan wijden. De macht en de technische kennis van de orde der Tempeliers worden in dienst gesteld van het koninklijk project.
Overigens behoren de kleine nederzetting Aigues-Mortes, de omliggende landerijen en vijvers nog steeds toe aan de abdij van Psalmody.
Op vraag van Lodewijk IX aanvaarden de benedictijnen om afstand te doen van het grondgebied van Aigues-Mortes (Aigues = water , Mortes = dood : de stad dankt haar naam aan het dode water van het moeras). In ruil krijgen zij een belangrijke som geld en uitgebreide landbouwterreinen die toebehoren aan de kroon in de streek rond Sommières.
De plaats van Aigues-Mortes wordt op dat moment, ondank de moeilijke klimatologische en hygienische omstandigheden, bevolkt door vissers en "sauniers" (verzamelaars van zout), die in rieten hutten (cabanes) wonen. Het dorpje is spontaan ontstaan zonder enig georganiseerd urbanisme. Het is gesitueerd tussen de tweede en derde kustlijn, in de onmiddellijke buurt van de vijvers van Marette en de huidige stad. Om bewoners en handelaars aan te trekken geeft Lodewijk IX in 1246 een charter aan de nieuwe stad. Dit charter geeft de stad vele privileges, het verleent de personen die zich in dit ongezonde gebied vestigen een vrijstelling van inkomstenbelasting, van verplichte leningen, van tol en haventaksen. Zeer snel stromen de mensen toe : Catalanen uit Montpellier, mensen uit de Provence, en Italianen, vooral uit Genua en Pisa. Men schat de toenmalige bevolking op ongeveer 15000 personen. Dit permanente charter, het enige dat onder het koningschap van de Heilige Lodewijk (Lodewijk IX) verleend werd, is bevestigd door zijn zoon Filips III de Stoute en door 14 van zijn opvolgers. Al deze hernieuwingen vermelden de zoutwinningen en de meren ten zuiden van Aigues-Mortes, gelegen tussen de stad en de zee.






